We zijn net terug uit Italië, de vakantie zit er weer op. Het was heerlijk, met prachtig weer, mooie steden en vooral veel rust. En met nogal wat Italiaanse aankopen moet ik toegeven. En over één daarvan wil ik het vandaag even hebben: de ‘portafoglio’.
Portafoglio?
Voor wie geen Italiaans spreekt, de portafoglio is niks anders dan een portemonnee, of in oud Nederlands een beurs. Hoewel, oud Nederlanders, het woord beurs wordt natuurlijk gewoon nog heel veel gebruikt. Maar niet in Italië natuurlijk. Mijn portafoglio kocht ik op de markt in Montepulciano, een prachtig historisch stadje in het midden van Italië. Je ziet het al van veraf liggen, prachtig op zo’n typische Toscaanse heuvel.
En ook in Montepulciano hebben ze natuurlijk de ‘mercato communale’, waar de Italianen hun groente en fruit en zo kopen. En de toeristen hun souvenirs. En prachtige leren producten.
Portemonnee
Even terug naar de portemonnee. Het is zoals u wel zult weten een Frans woord. Het komt van ‘porter’, wat dan dragen betekent, en van ‘monnaie’, wat geld betekent. Best logisch dus, ‘geldrager’. Maar ja, een ander woord voor portemonnee is portefeuille, wat ook weer Frans is. En ‘feuille’ betekent ‘blad’. Iets sjieker dus, met papiergeld. Of zouden ze dat niet bedoelen? Hoe dan ook, portafoglio is het Italiaanse woord voor portefeuille, maar het gaat allemaal natuurlijk over het vervoeren van je geld.
Dubbel gevoel
En nu ik thuis ben, heb ik een beetje een dubbel gevoel bij mijn nieuwe ‘portafoglio’. Begrijp me niet verkeerd, hij is echt prachtig. Gemaakt van dat typische Italiaanse leer, lekker zacht en mooi vormgegeven. En de geur alleen al maakt het de moeite waard. Want zeg nou zelf, de geur van vers leer is toch onbetaalbaar?
Maar ja, ik heb nu wel een mooie portemonnee, maar er zit eigenlijk niks in. Want contant geld heb ik vrijwel nooit meer op zak. Tegenwoordig betaal ik namelijk vooral met m’n telefoon, en ligt mijn portemonnee vaker wel dan niet gewoon nog thuis.
Nou ja, hoe dan ook is het een prachtige stukje leren handwerk. Al heb ik er wel snel een onderhoudssetje voor geregeld, want ik wil ‘m wel mooi houden natuurlijk, die Italiaanse portafoglio.


De leren stoel of bank heeft een lange geschiedenis. Zelfs de troon van Arabische heersers werd eeuwen geleden al van leer was gemaakt, een teken van macht en rijkdom. In de Romeinse samenleving kon je in de huizen van de rijken en machtigen leren fauteuils vinden. En nu vind je ze eigenlijk overal, mar hoe is dat gekomen?
Ik heb een paar favoriete steden in Italië; Florence natuurlijk vanwege de pracht en praal op cultureel gebied, Genua omdat er familie woont (en ook omdat het gewoon een leuke stad is hoor) en ook Siena is 1 van mijn favorieten. En ik heb daarbij nog 1 droom; ooit nog eens ‘Il Palio’ bij mogen wonen.
Als wij op vakantie gaan, meestal naar Italië, dan blijven we op weg naar onze eindbestemming eigenlijk altijd in het zuiden van Duitsland overnachten. En voor mij hebben die overnachtingen een zeer bijzonder verjaardagscadeau opgeleverd. Hoe dat komt? Ik zal het u vertellen.
Nee, ik heb het niet over die voormalige spits van Feyenoord, Graziano Pellè. Wiens naam overigens in Nederland altijd fout uitgesproken werd (en wordt). Hij heet Pellè, met een accent op de laatste -e. Dus spreek je het uit met de klemtoon op de laatste -e. En dat doe je dan met een korte -e klank, zoals in wel, bel en snel. Niet een lange -e, zoals heel, veel en geel.
Ik ben er zelf niet zo kapot van, maar het is toch wel een dingetje. Onze minister Hugo de Jonge met zijn extravagante schoenen. Verschillende kleurtjes, verschillend materiaal. Niet helemaal mijn smaak, maar goed, wie ben ik. Als ik naar z’n schoenen kijk, krijg ik toch de indruk dat het schoenen van bijzonder leer zijn. Krokodillenleer misschien? Of slangenleer? Of toch helemaal geen leer?
De afgelopen weken was ik op zoek naar een leuke bank voor mijn dochter, die klaar is met haar studie en op kamers gaat. Ze gaat een jaartje werken en dan aan haar masters beginnen. Kleine meisjes worden groot. En kleine meisjes hebben grote wensen. Want mejuffrouw wil een Chesterfield bank. Toe maar.
Leer. Je kunt er van alles van maken. Schoenen, riemen, stoelen, banken, voetballen. En tassen. En daar gaan we het vandaag even over hebben, over tassen. Maar om daar te komen, moet ik eerst even een omweggetje maken. Een omweg langs Youtube.
Heeft u ‘m wel eens gezien, ‘Easy Rider’? Het is een film uit 1969, die is uitgegroeid tot een echte ‘cultfilm’. De hoofdrollen zijn dan wel volgens de poster voor Dennis Hopper, Peter Fonda en Jack Nicholson, maar de blikvangers zijn voor mij toch wel de motoren in de film.
Eindelijk goed weer de afgelopen dagen! Lekker buiten, in de tuin, in de zon. Zo komen we het weekend wel door. Da’s heel wat anders dan de afgelopen weken, met dat druilerige weer. Heel veel meer dan een spelletje doen, wat boeken lezen of tv kijken zat er dan niet in. Ook al omdat we nergens heen konden natuurlijk.
Van de week zat ik voor het eerst weer eens op een terras wat te eten. Toen de terrassen net open waren, heb ik dat nog maar even achterwege gelaten. Waarom vraagt u misschien? Nou, het was rotweer. Maar vorige week was het zo ver, alleen wel jammer van al dat lawaai die dag.